Fietsroute Noord

26 kilometer



Hoewel we tijdens deze noordelijke route op Zuid-Beveland blijven, voert onze tocht wel over twee voormalige eilanden. Want ook het landschap aan de noordwest kant van Zuid-Beveland is in de loop der eeuwen - net als de rest van Zeeland - door stormvloeden en inpolderingen, herhaaldelijk veranderd van vorm.
Het feit dat Zeeland een veranderend landschap heeft, zodat je dus niet alleen door de ruimte, maar ook door de tijd kunt reizen, besef je vanaf de eerste pedaalslag. Want de Noord Kraaijertsedijk, die nu middenin de polders ligt, was tot 1856 een zeedijk. Deze dijk moest het water keren van het Sloe, het water dat eeuwenlang tussen Zuid-Beveland en Walcheren lag en dat de Westerschelde verbond met de Oosterschelde.
  • Na 200 meter komen we aan de Postweg. Die weg werd anderhalve eeuw geleden aangelegd toen het veer naar Walcheren was opgedoekt omdat in 1871 de Sloedam gereed kwam. Over die dam kwam naast de spoorlijn ook een weg te liggen, waarover vanaf dat moment de postkoetsen reden. Vandaar de naam Postweg.
  • We steken de weg over en rijden onder langs de Noord Kraaijertsedijk. Daar waar we nu rijden, lagen eeuwenlang de schorren van het Sloe. Ze werden in 1856 bedijkt en zo ontstond de Jacobpolder, die nu links van ons ligt.
    Recht voor ons zien we het verkeer voorbij razen over de A 58, de enige snelweg die Zeeland rijk is. Onze weg buigt omhoog naar het viaduct over de autoweg die hier sinds 1970 vier banen telt. Vlak na het viaduct passeren we de spoorwegovergang over de enige Zeeuwse spoorlijn. Deze lijn, die in 1872 in gebruik werd genomen, bracht toen Duitse reizigers naar Vlissingen, waar ze met de mailboot verder konden reizen naar Engeland. Door de latere inpoldering van het hele Sloe is de Sloedam nu alleen nog zichtbaar in het landschap voor wie het weet: de smalle, hoger gelegen strook waarop de spoorlijn ligt.
  • We rijden verder onder langs de dijk en zien op de plek waar de weg weer omhoog buigt enkele vervallen bunkers uit de Tweede Wereldoorlog. De geschutskoepel bovenop de dijk staat op een historische plaats, want lang vóór de Duitsers dit als en strategische plek zagen, hadden de Zeeuwen hier al een batterij gebouwd, die zowel het Sloe (links van ons) als de Schenge (recht voor ons) bestreek.



    De Schenge was een zeearm, die Zuid-Beveland en het toenmalige Eiland van Wolphaartsdijk scheidde. In de polder recht voor ons zijn de restanten nog zichtbaar; het riet omzoomt de natuurgebiedjes. Verderop staan de loodsen van het vliegveld Midden-Zeeland, dat vooral in het weekeinde gebruikt wordt voor de recreatie (rondvluchten en zweefvliegen).
  • We vervolgen onze tocht onder langs de dijk. Dat dit deel van de Noord Kraaijertsedijk tot in de 20ste eeuw een zeedijk was, is te zien aan de betonnen muurtjes die er op staan. Deze zogenaamde Muraltmuurtjes werden tussen 1906 en 1935 op veel Zeeuwse zeedijken gebouwd om bij stormvloeden het hoge water te keren. Hier dus het water van de Schenge.
    Aan onze rechterhand passeren we pluimveebedrijf 'Het Gouden Ei, waar men de tijdgeest heeft verstaan en de vroeger opgehokte kippen laat rondscharrelen op het enorme terrein. De eitjes zijn te koop in de boerderijwinkel.
  • Bij de kruising boven aan de dijk maken we een scherpe bocht naar links. We rijden dan op de Meerkoetweg. Vroeger stroomde hier dus de Schenge, maar dit deel werd al in 1874 bedijkt tot de Schengepolder.
  • Bij de splitsing buigen we rechts af en rijden langs een rij voormalige landarbeidershuisjes, die nu dienst doen als recreatiewoningen. Op de T-kruising slaan we links af en vervolgen onze weg onder langs de dijk en komen bij het buurtschap Sluis De Piet.
    Er ligt hier niet alleen een sluis met die naam, maar er staat ook een gemaal De Piet. Die naam herinnert aan het middeleeuws kasteel De Piet dat op het eiland van Wolphaartsdijk stond, maar dat eind 14e eeuw bij een stormvloed werd verzwolgen.
  • Met enige moeite valt op de gedenksteen in de sluiskolk te lezen: 'De polder ingedijkt en deze sluis gebouwd in 1874'. Omdat het polderwater onvoldoende door de uitwateringssluis kon worden weggewerkt, werd hier in 1917 een stoomgemaal gebouwd. Het gebouw staat er nog, al kwam er in de jaren '30 een dieselmotor in en wordt het gemaal - dat nog steeds functioneert - nu grotendeels elektrisch aangedreven. Het is nu een rijksmonument.

    Als we verder fietsen zien we rechts het restant van wat ooit de Schenge was. Het is nu een mooi natuurgebied, dat dienst doet als opvangbekken voor het polderwater en waar in strenge winters volop geschaatst wordt.

  • Zodra we de Schenge gepasseerd zijn, draaien we scherp links terug de dijk op en rijden vervolgens meteen weer naar beneden. Onderaan de dijk slaan we rechtsaf en passeren houtzagerij De Druuskop. Hier leren jongeren die zonder diploma de school hebben verlaten, in de praktijk een vak in de zagerij of het meubelrestauratieatelier.

  • We kruisen de asfaltweg en komen op een grindweg, die langs het uitwateringskanaal loopt dat na de bouw van het stoomgemaal werd gegraven om het polderwater af te voeren naar het Veerse Gat. Het kanaal draagt nog steeds de naam De Piet. Meteen achter de dijk lag vroeger een landbouwhaven, maar die verdween na de afsluiting van het Veerse Gat in 1961.
    In het kanaal is nu vissteiger gebouwd, want het hoort nu bij het dagrecreatiegebied, dat hier na 1961 is aangelegd. De grindweg is niet meer dan een ommetje dat ons terug brengt op de Pietweg.

  • We slaan links af en rijden vlak langs het recreatiegebied met zijn bosschages en voet- en ruiterpaden tot aan de T-kruising. Daar aangekomen zien we aan de overkant van de Muidenweg het Veerse Meer liggen met de nieuwe haven De Piet.
  • We kunnen er even een kijkje nemen en desgewenst uitrusten op de zonneweide die hier is aangelegd voor de recreant. We hebben nu ruim zes kilometer gefietst. En wie zin heeft kan er ook een kano huren.

  • We rijden verder over het fietspad in de richting van Wolphaartsdijk, maar slaan na amper honderd meter al weer linksaf. Door een beboste omgeving komen we bij het Veerse Meer en bij de flauwe bocht naar rechts doemt links het badstrandje op.

  • We blijven op het half verharde fietspad, dat ons verder langs het Veerse Meer en vervolgens door een aangenaam stukje bos voert tot we terug zijn op de Muidenweg.
  • We slaan linksaf. Al snel verdwijnen de bossen links van ons en maken plaats voor het natuurgebied Middelplaten. Een kaal gebied met kreken en gras waarop paarden, oerrunderen en ganzen grazen. Aan onze rechterhand passeren we een landschapscamping, waar men zeekraal teelt.
  • Daar waar de weg naar rechts afbuigt, blijven wij op het fietspad langs het meer rijden. Het eiland links van ons in het Veerse Meer is het natuurreservaat Middelplaten. We komen nu bij het strand van recreatiegebied De Schelphoek en slaan bij het ANWB-bord rechtsaf en rijden de dijk op.



    Links op die dijk staat het monument ter nagedachtenis aan de twaalf mensen die bij de watersnood van 1953 in de polders ten noorden van Wolphaartsdijk verdronken. Om het te bekijken moeten we te voet het dijktalud op.

  • Terug op de fiets rijden we tot de T-kruising bovenop de dijk. Links van ons zien we Wolphaartsdijk liggen met zijn karakteristieke toren. Wij steken de weg over en lopen met de fiets aan de hand over een schelpenpad, dat naar een stenen trap voert. Via die trap (met fietsgeul) dalen we af naar beneden.



    Daar aangekomen ligt recht voor ons een mooie oude dijk met platanen, die naar Oud Sabbinge voert.
  • Aangekomen bij het dorpje, slaan we rechtsaf de Prins Bernhardstraat die uitloopt op de Ring.

    Ooit was Oud-Sabbinge de belangrijkste kern van het Eiland van Wolphaartsdijk, maar dat was in de middeleeuwen toen het dorp nog gewoon Sabbinge heette en de Heren van Sabbinge er in 1250 hun kasteel Het Hooge Huis lieten bouwen. Maar in de tweede helft van de 15e eeuw ging het bergafwaarts, het kasteel raakte in verval en nadat de watergeuzen in 1572 de (toen nog katholieke) kerk grotendeels hadden gesloopt en het dorp in brand gestoken, bleef er eeuwenlang niet veel meer over dan een troosteloos dorpje. De inwoners hadden geen geld om de kerk te herbouwen. Op de plaats van de kerk verrees in 1872 wel een schooltje, dat na precies honderd jaar werd afgebroken.



    Bij het opruimen van het schoolgebouw stuitten de slopers op de fundamenten van de kerk. Die werden weer zichtbaar gemaakt door ze (met moderne stenen) een halve meter op te metselen. Middenin de 'kerk' staat nu een stenen tafeltennistafel opgesteld en de opgemetselde cirkel ernaast herinnert aan de bakkersoven, die hier ook ooit stond.

    Binnen de Ring is ook nog een ouderwetse 'vaete', waarin vroeger het vee te drinken kreeg. Ernaast staat ook nog een oude wagenmakerij in een gepotdekselde houten schuur.

  • Wie een rondje om de Ring fietst kan ook nog even aanwippen bij een biologisch dynamische fruitkwekerij ‘De Ring’
  • We verlaten het dorp in westelijke richting over de Oudelandseweg en zien al bij de eerste kruising links het Hooge Huis, het kasteel dat in de jaren '60 van de vorige eeuw met enige fantasie deels is herbouwd.

    Aan de Oudelandseweg staan nog een paar tamelijk authentieke boerderijen. De weg eindigt, waar hij links de Stelletjesdijk opdraait.

  • Wij slaan op de dijk weer rechts af en rijden de Westerlandpolderweg op, een lange, rechte boomloze weg die ons door de Westerlandpolder voert. Omdat er geen beschutting is, kan het bij een flinke zuidwestenwind even flink doortrappen zijn.

    Ooit lag in deze polder het dorpje Westkerke, maar dat werd aan het eind van de 14e eeuw door de zee verzwolgen, waarna het gebied pas in 1665 weer kon worden terug veroverd op de zee.
  • Bij de eerste kruising slaan we links af en komen langs een boerderij, die heel toepasselijk Westkerke heet en kunnen aan het eind van de weg (die dezelfde naam blijft dragen) even uitrusten op een bankje,. Het staat op de plek waar ooit het haventje De Kulk lag.
  • We rijden verder tot bij een T-kruising, waar we rechts af slaan. Recht voor ons stroomt het restant van de Schenge. De weg draagt de toepasselijke naam Schengeweg. Hij loopt uit op de oude zeedijk, waar we linksaf slaan en dan terugkomen bij het gemaal De Piet, waar we eerder een bezoek aan brachten. We hebben er nu 21 kilometer opzitten.
  • Over de Meerkoetweg komen we terug op de kruising met de Noord Kraaijertsedijk. Daar rijden we nu rechtdoor over de Nieuwe Kraaijertsedijk naar Lewedorp. We passeren achtereenvolgens de spoorwegovergang, de frietfabriek van Mc Cain (rechts) en de A 58 en arriveren dan in het jongste dorp van Zuid-Beveland. Want Lewedorp is nog geen honderd jaar oud. Toen in de cluster huizen bij het spoorwegstation West Kraaijert steeds verder uitbreidde, besloot men in 1929 het officieel tot dorp te promoveren en te noemen naar de burgemeester van 's Heer Arendskerke, waartoe het gehucht behoorde.
  • We nemen de weg die rechts van de dijk afbuigt en rijden over de Scheldestraat het dorp in. Aan het einde van de straat staat rechts het grote verzorgingscomplex De Kraaijert, waar de katholieke bejaarden van de gemeente Borsele van een verzorgde oude dag genieten.
    De straat buigt hier naar links en zo komen we op een kruising met de Postweg (die we aan het begin van onze rit overstaken).
  • We rijden over de Postweg het dorp uit en zien net buiten het dorp op een grasveldje links van de weg een merkwaardig beeld op een hoge sokkel staan: een schaap waarvan het hoofd is omgedraaid zodat het niet naar het gras maar naar de hemel kijkt.
  • Na anderhalve kilometer komen we bij de kruising met de Noord Kraaijertsedijk, waar we linksaf slaan om terug te keren bij ons startpunt: theetuin Op Sloe.